Hoe werkt een hydraulische pomp? Werking en soorten uitgelegd
Hier is het eerste wat veel monteurs verkeerd hebben: een hydraulische pomp levert geen druk. Een pomp levert flow, oftewel een oliestroom. Druk ontstaat pas door de weerstand die de olie verderop in het systeem tegenkomt. Snap je dat onderscheid, dan begrijp je meteen waarom de meeste pompstoringen helemaal niet aan de pomp zelf liggen. In dit artikel lees je hoe een pomp werkt, welke soorten er zijn en wat het verschil tussen ze bepaalt.
Een hydraulische pomp verplaatst een vast volume olie per omwenteling. Het is een verdringerpomp: bij elke omwenteling zuigt hij olie aan de zuigzijde op en duwt die naar de perszijde. Hoeveel olie er per minuut doorheen gaat, de opbrengst in liter per minuut, hangt af van het slagvolume en het toerental.
De druk komt er dus niet uit de pomp zelf. Loopt de olie verderop tegen een cilinder met een zware last, een dichtgeknepen klep of een dichte leiding aan, dan loopt de druk op tot die weerstand overwonnen is. Geen weerstand betekent geen druk. Daarom zit er in elk systeem een drukbegrenzingsventiel: dat beschermt de pomp en de leidingen als de druk te ver oploopt.
Wil je zien hoe dat samenspel er in een tekening uitziet? In Hydraulische schema’s leren lezen lees je hoe je de pomp, het drukbegrenzingsventiel en de actuator in een schema terugvindt.
Bijna alle hydrauliekpompen vallen in een van deze drie families. Ze verschillen in druk, rendement en prijs.
De tandwielpomp is de meest voorkomende. Twee in elkaar grijpende tandwielen voeren de olie langs de buitenkant van de behuizing mee van de zuig- naar de perszijde. Simpel, goedkoop en minder gevoelig voor vervuiling. Het nadeel: hij levert een vaste opbrengst en haalt niet de hoogste drukken of het beste rendement. Voor veel standaard toepassingen is dat ruim voldoende.
In een schottenpomp zitten schotten in een rotor die door middelpuntvliedende kracht naar buiten worden gedrukt tegen een omloopring. Daartussen wordt olie meegevoerd. De schottenpomp loopt rustiger en stiller dan een tandwielpomp en is er ook in een verstelbare uitvoering. Hij is wel gevoeliger voor vervuilde olie.
De plunjerpomp is de krachtpatser. Kleine zuigers (plunjers) bewegen heen en weer en verplaatsen zo de olie. Bij een axiale plunjerpomp staan de plunjers in de lengterichting, bij een radiale plunjerpomp staan ze in een ster rondom de as. Plunjerpompen halen de hoogste drukken en het beste rendement, en zijn vaak verstelbaar. Daar staat tegenover dat ze duurder en gevoeliger zijn.
Een belangrijk onderscheid: levert een pomp altijd dezelfde hoeveelheid olie, of kun je dat regelen? Een pomp met vaste opbrengst geeft bij een vast toerental altijd hetzelfde debiet. Wil je minder olie naar het systeem, dan moet je het verschil ergens anders kwijt, wat energie kost en warmte oplevert.
Een verstelbare pomp past zijn opbrengst aan de vraag aan. Dat is zuiniger en koeler, en is de basis voor moderne regelingen zoals load sensing. Tandwielpompen zijn altijd vast; schotten- en plunjerpompen zijn er ook in verstelbare uitvoering.
Als een pomp problemen geeft, ligt de oorzaak vaak niet in de pomp maar in de omstandigheden eromheen. Drie veel voorkomende oorzaken:
Cavitatie ontstaat als de pomp aan de zuigzijde niet genoeg olie krijgt, bijvoorbeeld door een verstopt zuigfilter of te dikke olie. Er vormen dampbellen die in de pomp imploderen en het materiaal aanvreten. Je hoort het vaak als een ratelend geluid.
Vervuilde olie schuurt de fijne passingen in de pomp weg, zeker bij plunjerpompen. Filtratie is geen luxe maar een levensverzekering voor je pomp.
En de verkeerde viscositeit: te dikke olie krijgt de pomp niet aangezogen en geeft veel weerstand in het hydraulisch systeem, te dunne olie geeft te veel interne lekkage en rendementsverlies. De juiste oliekeuze en oliestand zijn dus direct van invloed op de levensduur.
Begrijpen hoe een pomp werkt is de basis. Maar in de praktijk wil je een stap verder: bij een storing weten of de pomp de oorzaak is, of dat het probleem verderop in het systeem zit. Dat doe je met gerichte druk- en flowmetingen.
In de Cursus Hydrauliek Basis leer je in drie dagen niet alleen hoe pompen, motoren, cilinders en kleppen werken, maar ook hoe je met metingen een storing systematisch terugbrengt naar de echte oorzaak. Praktisch, aan herkenbare voorbeelden, en direct toepasbaar op je eigen machines.
Bekijk de Cursus Hydrauliek Basis
Maakt een hydraulische pomp druk? Nee. Een pomp maakt flow, oftewel een oliestroom. De druk ontstaat pas door de weerstand die de olie in het systeem tegenkomt, bijvoorbeeld een belaste cilinder of een gesloten klep.
Wat is het verschil tussen een tandwielpomp en een plunjerpomp? Een tandwielpomp is robuust, goedkoop en ongevoelig voor vervuiling, maar levert een vaste opbrengst en lagere druk. Een plunjerpomp haalt hogere drukken en een beter rendement en is vaak verstelbaar, maar is duurder en gevoeliger voor vuile olie.
Wat is cavitatie bij een hydraulische pomp? Cavitatie ontstaat als de pomp aan de zuigzijde te weinig olie krijgt. Er vormen dampbellen die in de pomp imploderen en schade veroorzaken. Een verstopt zuigfilter of te dikke olie is vaak de oorzaak.
Wat bepaalt de opbrengst van een pomp? De opbrengst in liter per minuut wordt bepaald door het volume dat de pomp per omwenteling verplaatst, vermenigvuldigd met het toerental.
Wat is het verschil tussen een vaste en een verstelbare pomp? Een vaste pomp levert bij een vast toerental altijd hetzelfde debiet. Een verstelbare pomp past de opbrengst aan de vraag aan, wat zuiniger is en minder warmte oplevert.